Doelstelling en missie
“Als onze kinderen 2 dingen van ons kunnen erven, laten het dan wortels en vleugels zijn”…
Het onderwijs op De Gooische School richt zich op de optimale ontwikkeling van het individuele kind, zodat het een zelfstandig, evenwichtig mens in de samenleving wordt. De harmonieuze ontwikkeling van zowel de intellectuele aanleg als de menselijke eigenschappen wordt hierbij nagestreefd.
Onder de ontwikkeling van de intellectuele aanleg verstaan we het bijbrengen van praktische kennis, vaardigheden en inzichten, evenals het zelfstandig en kritisch leren werken.
Bij de ontwikkeling van de menselijke eigenschappen gaat het om sociale omgang (respect voor anderen), verantwoordelijkheidsgevoel, contactuele vaardigheden, esthetische en culturele ontplooiing, expressievermogen en lichamelijke ontwikkeling.
Uitgangspunten
De Gooische School is een vereniging voor bijzonder neutraal onderwijs. Neutraal betekent dat de school zich baseert op de gelijkwaardigheid van alle levensbeschouwelijke en maatschappelijke overtuigingen. Bijzonder houdt in dat het Bestuur van de school gekozen wordt uit en door de ouders die lid zijn van de vereniging. De ouders en leerkrachten werken samen aan de vorming van de kinderen door het (laten) geven van basisonderwijs ter voorbereiding op alle vormen van voortgezet onderwijs.
Ieder kind is uniek. Er is geen pasklare vorm van het mens-zijn voor het individu. Het kind moet zichzelf ontwikkelen, waarbij ouders en school gezamenlijk het kind kunnen begeleiden.
Aanleg en sociaal milieu, opvoeding en zelfactiviteit bepalen de vorming van het kind. In de omgang met hun kind proberen ouders bewust invloed uit te oefenen op diens groei en ontwikkeling. Een deel van de opvoeding moeten ouders echter overlaten aan het onderwijs. Zij zullen kiezen voor een school waar zij invloed hebben op het pedagogisch-didactisch handelen. De leerling kan een eigen levensvisie opbouwen en van daaruit een eigen inbreng hebben. Een belangrijk aspect daarbij is het begrip en respect voor anderen.
In dit kader besteedt de school ook veel aandacht aan het onderwerp ‘pesten’. De kinderen wordt onder meer bijgebracht dat ‘anders zijn’ niet beter of slechter is. Het aanleren van een open houding naar alle klasgenootjes, zal de kinderen op latere leeftijd voordeel opleveren en werkt positief door op het welbevinden in het hier en nu. Op de website van de school
www. degooischeschool.nl kunt u ons ‘pestprotocol’ inzien.
Onderwijskundige doelen
Pedagogisch
Op onze school streven de leerkrachten er naar het pedagogisch-onderwijskundig handelen onderling op elkaar af te stemmen. Een verzorgende, veilige en gezellige werksfeer moedigt het kind aan om al zijn gevoelens en gedachten naar voren te brengen als aspect van de emotionele ontwikkeling. De school wil in het kind een positieve houding ten opzichte van mens, milieu en natuur laten ontstaan. Ook ordelijkheid en netheid worden bijgebracht. Verder werkt de school aan de opbouw van een goede relatie tussen leerkracht en kind als basis en behoud voor elke verdere positieve ontwikkeling. Het uitgangspunt hierbij is de uniekheid van de persoon van het kind zonder de belangen van de medeleerlingen hierbij uit het oog te verliezen.
De school is een geordende samenlevingsvorm en gaat er van uit, dat het gezag en de autoriteit van de leidinggevenden worden geaccepteerd. De discipline wordt gedragen door consequent gehanteerde en in iedere groep terugkerende gedragsregels, die voor het kind duidelijk zijn. Er is een vorm van open leiderschap, waarbij echter de leerkracht het beslissingsrecht heeft.
Onderwijs en opvoeding zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wij zien de ouders van onze leerlingen primair als partner in dit proces. Een ander belangrijk uitgangspunt van onze school is het kindvolgend onderwijs, waarbij sturing van buitenaf niet categorisch wordt afgewezen. Het onderwijs is zo georganiseerd dat er voor elk kind wat te leren valt op zijn of haar eigen niveau. Verschillen tussen kinderen worden gezien als uitgangspunt voor het leren.
Kinderen worden uitgedaagd zich een gefundeerde mening te vormen, waarbij het standpunt van de ander als waardevol beschouwd moet worden. Het is belangrijk dat kinderen zich thuis voelen op school. Daarom is er aandacht voor de belangstelling, zorgen en pleziertjes van de kinderen.
Didactisch
Het onderwijs op onze school bereidt de leerlingen voor op alle vormen van voortgezet onderwijs. Het onderwijs is zo georganiseerd dat elk kind zo veel mogelijk op zijn of haar eigen niveau kan leren met dien verstande dat de school en ouder wel voor elk kind zorg dienen te dragen dat aan de minimale onderwijsvereisten wordt voldaan.
Daarom krijgen naast de cognitieve vakken, de lichamelijke opvoeding en expressievakken de nodige aandacht. Lichamelijke opvoeding bevordert de goede gezondheid en evenwichtige ontwikkeling van het gehele lichaam. Het komt niet alleen de leerprestaties ten goede, maar ook dragen sport en spel bij aan de karaktervorming, zoals het bevorderen van de teamgeest en het leren accepteren van sterke en zwakke kanten van zichzelf en medeleerlingen. De muziek en dramatische expressie dragen bij tot het leren uiten van gevoelens, verscherpen het opmerkingsvermogen en versterken de concentratie. Handvaardigheid is een middel tot creatief vormgeven, geeft richting aan de esthetische ontwikkeling en leert het kind om samen iets tot stand te brengen. Dit alles om bij te dragen aan een vergroting van de kansen voor het uiteindelijk verkrijgen van een voor het kind zo bevredigend mogelijke plaats in de maatschappij.
Enkele onderwijskundige principes, van waaruit we onderwijs geven zijn:
• We stimuleren alle leerlingen ‘hun vleugels uit te slaan’ en benutten en ontwikkelen hun talenten
• Het stimuleren van goede omgangsvormen, (zelf-)respect en discipline
• Het aansluiten bij de belevings- en ervaringswereld van het kind.
• Het stimuleren van zelfwerkzaamheid.
• Het rekening houden met de aanlegverschillen tussen de kinderen.
• Motivatie en zelfvertrouwen in stand houden, c.q. bevorderen.
• Het stimuleren van samenwerking tussen de kinderen.
Sociaal
Op school proberen wij zoveel mogelijk rekening te houden met de ontwikkelingen en veranderingen in de maatschappij en er vinden zo nodig aanpassingen aan die veranderingen plaats. Ten aanzien van het sociale aspect bevorderen wij bij het kind sociaal gedrag, wederzijds respect en het kunnen samenwerken. Uitgangspunt is dat onze kinderen opgroeien in een multiculturele samenleving, waarin een ieder respect dient te hebben voor mensen uit andere culturen. M.b.t. dit aspect oriënteert de school zich gedurende het schooljaar 2009/2010 op de mogelijke invoering van het IPC (= International Primary Curriculum).
Onder meer gezien het aspect internationalisering lijkt het IPC op voorhand kansrijk op DGS.
Sinds het schooljaar 2005/2006 maken wij gebruik van een methode voor de sociaal-emotionele ontwikkeling, die in alle groepen wordt gebruikt: ‘Kinderen en hun sociale talenten’. Aan de hand van 8 thema’s helpen wij de kinderen hun sociale vaardigheden verder te ontwikkelen. Tevens houden wij door middel van observaties de vorderingen van de kinderen in een volgsysteem bij, genaamd SCOL. Jaarlijks stellen de leerkrachten een sociogram op, om nog beter in te kunnen spelen op bestaande en gewenste onderlinge verhoudingen.
Wij vinden als kenmerkende leiderschapsstijl een mengvorm tussen de democratische en de autoritaire stijl op onszelf van toepassing. De leiderschapsstijl hangt af van het onderwerp en van de aard van de onderwijsleersituatie. Bij het vaststellen van de gedragsregels is er overleg tussen ons en de kinderen en een uitleg over ‘het waarom’ van deze regels.
Het al of niet benadrukken van vervelend gedrag van een kind hangt sterk af van de situatie. Nu eens verwerpen we dit gedrag openlijk, dan weer gaan we er met enkele positief gerichte bewoordingen op in. Weer een andere keer kan onze aandacht voor dit gedrag uit negeren bestaan. We corrigeren foutief gedrag van de kinderen door ze via een gesprekje zelf te laten inzien waarom ze fout handelen.
We proberen om gedrag in overwegend positief klinkende bewoordingen te corrigeren. Een negatief klinkende correctie is echter soms duidelijker en onvermijdelijk. Ook spreken we na schooltijd individueel met het kind dat gecorrigeerd moet worden. Bij een standje, opmerking of gedragsbeoordeling gebruiken we overwegend situatiegericht taalgebruik (bijv. “die sommen zijn moeilijk, hè?”).
Onze groepssfeer is overwegend ontspannen. We hebben veel geduld bij het uitleggen van een onderwerp en herhalen zo nodig de gegeven uitleg. Binnen het kader van de groepssituatie is echter een grens. Als er uitgebreide extra uitleg nodig is, gaan we over op individuele instructie van één of enkele kinderen, terwijl de rest van de groep zelfstandig werkt.