Het onderwijs Minimaliseren

Het schoolplan

De Wet op het Primair Onderwijs (WPO) bepaalt, dat het onderwijs op de basisschool wordt gegeven volgens een schoolplan. De wet geeft alleen een kader aan en iedere school vult zelf het niveau in waarop wordt les gegeven. Het schoolplan geeft een uitgebreid overzicht van alle activiteiten die gedurende de schooltijd van het kind aan bod komen.

De uitgangspunten en doelstellingen van onze school, de uitwerking daarvan per vakgebied, de wijze waarop wordt lesgegeven, de leerlingenzorg en de schoolorganisatie staan in het schoolplan beschreven. Dit plan, dat geldig is van 2008-2012, ligt voor geïnteresseerde ouders ter inzage bij de directeur van de school. Aan dat nieuwe plan voor de komende 4 jaar wordt momenteel nog gewerkt; voor elk komend schooljaar wordt een actueel jaarplan gemaakt met concrete plannen van aanpak.

 

Werkwijze

Onze school hanteert als werkwijze de volgende hoofdlijnen. Een jaarklassensysteem met gedifferentieerde werkvormen en individuele aandacht voor de leerlingen. De kleine homogene jaargroepen laten gezamenlijke instructie en voor een groot deel verwerking hiervan toe. Wel wordt daarbij grote individuele aandacht aan vooral het zwakkere kind besteed en vindt een gerichte stimulering van de meer begaafde kinderen plaats, zodat elke leerling tot een optimaal leerrendement komt.

De leerkrachten hebben de vrijheid om te werken met diverse groepjes binnen de klassenstructuur, indien dit didactisch nuttig en pedagogisch juist is. Het lesprogramma bevat in ieder geval de wettelijke verplichte activiteiten (vakken) en wordt, waar nodig en mogelijk, verrijkt en verdiept. De resultaten van het individuele kind en de totale groep worden systematisch gevolgd en geanalyseerd.

 

Kwaliteitszorg

Om de kwaliteit van ons onderwijs te maximaliseren, werkt de school aan een zo effectief mogelijk systeem van zorgverbreding en leerlingvolging. De leerlingbesprekingen in de bouw- en teamvergaderingen en het overleg met de interne begeleider zijn grotendeels gericht op de kwaliteit van het onderwijs. Verder staan zowel het wekelijkse directieoverleg, het wekelijkse teamoverleg, als de studiedagen van het team, geheel in het teken van kwaliteitsverhoging van het te geven onderwijs. Het afgelopen jaar zijn het leerlingvolgsysteem, de specifieke leerlingenhulp en de handelingsplannen verder geoptimaliseerd. Dit heeft een goed resultaat opgeleverd.

 

Het onderwijs aan de kleuterbouw

Ook al lijkt het soms op de ouderwetse kleuterschool met vooral aandacht voor de ontwikkeling van creativiteit (knip-, plak- en tekenwerkjes) er heeft binnen het kleuteronderwijs een wezenlijke verandering plaatsgevonden. De kleuters worden op diverse gebieden in hun ontwikkeling begeleid en gevolgd. Bijvoorbeeld de sociaal/emotionele ontwikkeling: hoe lost het kind conflictjes op, kan het luisteren naar een ander, kan het delen, speelt het met anderen. Er horen bij een bepaalde leeftijd verwachtingen, die getoetst worden. De taak van de leerkracht is om de kinderen te leren met bepaalde dingen om te gaan, ze te stimuleren. Zo hebben bijvoorbeeld tekenen, knutselen, schilderen, puzzelen en kralen rijgen te maken met de ontwikkeling van de fijne motoriek. Ook leren de kleuters hoe ze een potlood moeten vasthouden en de kinderen van groep 2 krijgen al werkschriftjes ter voorbereiding op het schrijven. De grove motoriek wordt bevorderd door de gymlessen, waarin o.a. bewegingen en balspelletjes worden gedaan. Ook het buitenspelen klimmen, schommelen en fietsen draagt hieraan bij.

Taalontwikkeling vindt bij ieder kind in een ander tempo plaats. De ontwikkeling hiervan wordt bevorderd door het houden van kringgesprekken, mondelinge taalspelletjes en voorlezen. De zintuiglijke ontwikkeling wordt o.a. gestimuleerd door het ontwikkelen van luistervaardigheid en het leren onderscheiden van klanken.

De ontwikkeling op het gebied van rekenen wordt gestimuleerd door de gesprekjes en spelletjes met de kinderen, waarin rekenaspecten aan de orde komen, evenals door reken- en sorteerspelletjes op diverse niveaus. Ook de bouwhoek speelt hierin een rol: het spelen met blokken bevordert het gevoel voor verhoudingen.

 

Individuele leerlingenzorg


Leerlingvolgsysteem en activiteiten ter verbetering

Onze school vindt het belangrijk om het gegeven onderwijs op de voet te volgen, te controleren en te evalueren. Hiervoor wordt onder meer gebruik gemaakt van het leerlingvolgsysteem. Door de kinderen wordt gedurende het schooljaar een reeks toetsen gemaakt. Deze toetsen kunnen uit de door ons gebruikte methode komen, zodat we kunnen zien of de aangeboden leerstof goed wordt beheerst, of we gebruiken standaard toetsen, die onafhankelijk zijn van de op onze school gebruikte methodes. De scores van beide soorten toetsen worden uitgebreid bekeken en besproken. Het schoolteam evalueert gezamenlijk de resultaten en analyseert groeps- en individuele signalen. Aan de hand hiervan worden plannen geformuleerd. Dit systeem biedt ons de mogelijkheid om wijzigingen in prestaties, zowel individueel als collectief, te volgen. Zo kunnen wij in de gaten houden of het gegeven onderwijs van voldoende niveau is en, indien nodig, strategieën uitzetten om de kwaliteit van het onderwijs of de hulp aan een individueel kind nog verder te verbeteren.

 

In groep 1 en 2 wordt in januari en in de periode mei/juni de Cito-toetsen Taal voor Kleuters, Ordenen en Ruimte & Tijd afgenomen, wat ons een beeld biedt op de bereikte voorwaarden te behoeve van het lees- en rekenonderwijs.

Groep 3 tot en met 8 maakt aan de hand van een toetskalender het gehele schooljaar door een heel scala van toetsen van Cito t.b.v. het verkrijgen van een objectief inzicht in de het lees-, reken- en taalniveau van leerling en groep. De resultaten hiervan worden overigens pas gebruikt na verkregen toestemming van de ouders. De leerlingen van groep 5, 6 en 7 maken halverwege het schooljaar een uitgebreide ‘entreetoets’ van Cito. De uitslag wordt gebruikt om de kinderen optimaal verder voor te kunnen bereiden  op de jaren erna richting de eindtoets. Groep 8 krijgt in de maand februari de Cito-eindtoets.

Ook wordt in alle groepen tweemaal per jaar een observatielijst gehanteerd op het gebied van de sociaal-emotionele vorming , de Scol, en een sociogram gemaakt om inzicht in de groepsstructuur te krijgen.

Alle uitslagen worden met de ouders besproken bij de rapport gesprekjes.

 

Speciale leerlingenbegeleiding

 

Wij besteden de nodige aandacht aan kinderen die extra aandacht en zorg nodig hebben, omdat wij het belangrijk vinden dat ieder kind de eigen capaciteiten zo optimaal mogelijk gebruikt. Als de groepsleerkracht bij een kind problemen signaleert, wordt gewerkt volgens een vaste procedure..

 

Leerlingbesprekingen

De onder- of bovenbouwvergadering is de eerste vergadering waar leerkrachten de ontwikkeling van een kind met problemen kunnen voorleggen. Ervaringen worden uitgewisseld en er worden suggesties gedaan voor aanpak van het probleem. Vindt de bouw het probleem te ernstig om zelf op te lossen dan wordt het ingebracht in de teambespreking. In urgente gevallen kunnen de problemen van een kind ook direct in de teamvergadering besproken worden. Vervolgens wordt overlegd of een kind geholpen kan en moet worden door de eigen groepsleerkracht, een collega, de remedial teacher of door een externe professionele leerkracht, zoals bijvoorbeeld een medewerker van de Onderwijs Begeleidingsdienst (EDI) of van het  WSNS-verband.

 

Intern begeleider

De ondersteuning van de intern begeleider is hierbij uiteraard onmisbaar. De intern begeleider draagt zorg voor de leerlingdossiers, interpreteert toetsuitslagen en organiseert hulp voor leerlingen die onder of boven het gemiddelde presteren. Zij bespreekt handelingsplannen met de leerkrachten, begeleidt de leerlingbespreking en onderhoudt de contacten met het speciaal onderwijs en zorginstanties.

 

Leerlingdossiers

Van ieder kind worden gegevens over de ontwikkeling van leerresultaten en gedrag bijgehouden. Gespreksverslagen, korte notities, observatie-verslagjes en toetsresultaten worden in het leerlingdossier opgenomen. Deze leerlingdossiers worden bewaard in een afgesloten kast en zijn op verzoek ter inzage voor de ouders.

 

Hulp door de groepsleerkracht

Indien hulp door de groepsleerkracht zelf kan plaatsvinden, wordt een handelingsplan opgesteld. De leerkracht voert het handelingsplan uit, houdt de vorderingen bij, neemt zo nodig toetsen af. De kinderen kunnen op deze wijze binnen hun eigen klas blijven, terwijl ze toch de professionele hulp krijgen die zij nodig hebben.

 
Remedial teaching  extra  / reteacher

In een aantal gevallen wordt begeleiding door de remedial teacher noodzakelijk geacht. Omdat de oorzaken van leerproblemen verschillend van aard kunnen zijn, wordt van tevoren overleg gepleegd met ouders, leerkracht, intern begeleider en indien nodig de directeur.

De remedial teacher houdt zich ook bezig met de kinderen die langzamer of sneller dan gemiddeld de leerstof verwerken. Voor deze kinderen wordt herhalingsstof of verrijkings- c.q. verdiepingsstof.

 

gegeven, meestal door een externe leerkracht. Zo nodig worden de leerlingen extra getoetst om het niveau van hun ontwikkeling duidelijk te krijgen. Wanneer hulp in de klas niet voldoende is, kan het kind aangemeld worden bij de interne begeleider.

Wanneer hulp in de klas of door de preteacher niet voldoende is, kan het kind worden aangemeld bij de remedial teacher. Die doet eerst een onderzoek naar de hulpvraag van de leerkracht. Daarna geeft die adviezen die de leerkracht, de externe kracht of de remedial teacher uitvoeren. 

 

Verwijzing naar het speciaal basisonderwijs/WSNS

Een enkele keer komt het voor dat een kind met ontwikkelingsproblemen wordt geadviseerd om over te stappen naar een school voor speciaal onderwijs. Dit betreft echter zeer individuele gevallen, waarvoor de begeleidingsmogelijkheden binnen onze school tekort schieten. Het beleid van de Overheid is er op gericht om zoveel mogelijk leerlingen binnen het gewone basisonderwijs op te vangen. Het project ‘Weer Samen naar School’ (WSNS) heeft dan ook als doel om kinderen van scholen voor speciaal onderwijs na een begeleidingsperiode weer in hun eigen groep te laten meedraaien.

Onze school is aangesloten bij ‘Het federatief Samenwerkingsverband Openbaar en Algemeen Bijzonder Onderwijs in het Gooi en de Eem- en Vechtstreek’. Hieraan nemen in totaal 51 basisscholen deel en een speciale school voor het basisonderwijs, het Regionaal Orthopedagogisch Instituut (R.O.I.), de Annie M.G. Schmidtschool, gevestigd in Hilversum. Deze federatie is bekend onder WSNS 3001.

 

Een groep overslaan of overdoen

Het kan in het belang van een kind zijn om een groep over te slaan, dan wel om een groep nog een jaar te herhalen. Dit hangt af van de individuele ontwikkeling van het kind. Indien daar volgens het team aanleiding toe bestaat zal hierover tijdig overleg met de ouders plaatsvinden.

 

Rapportage en resultaten

 

Rapporten

Vanaf groep 3 krijgen de kinderen tweemaal per jaar een rapport (midden- en eindrapport), waarin zij worden beoordeeld op sociale houding, Nederlandse taal, Engelse taal (groep 7 en 8), rekenen/wiskunde, hoofdrekenen, kennisgebieden, expressie en lichamelijke opvoeding. Ook worden de verzorging van het werk, het tempo en de werkhouding beoordeeld.

 

Al na de herfstvakantie vindt een voortgangsgesprek met de ouder(s) van de derde tot en met de achtste groepers plaats met de leerkracht. Dit geldt voor de leerlingen van de groepen 1 en 2  na de toetsperiode in januari en juni, zodat ouders een beeld krijgen van de prestaties en vorderingen van hun kind. Groep 2 krijgt in juni, voorafgaande aan het gesprekje, ook een rapport als afsluiting van de kleuterperiode. Mocht u tussentijds nog met de leerkracht over uw kind willen spreken, dan kunt u natuurlijk altijd een afspraak maken.

 

Vervolgonderwijs

Tijdens een informatie-avond worden ouders van de kinderen van groep 7 en 8 op de hoogte gesteld van de diverse mogelijkheden van vervolgonderwijs. In november wordt met de ouders van groep 8 een voorlopig adviesgesprek gehouden, zodat deze tijdig een indruk krijgen van de prestaties van hun kind in verband met de keus van het voortgezet onderwijs. In februari vindt het definitieve schooladvies aan de ouders plaats. Het advies van de school bestaat niet alleen uit de inbreng van de leerkracht van groep 8. Vooral bij het voorlopige advies dat in november wordt uitgebracht worden de inschattingen van de leerkrachten van groep 5, 6 en 7, de interne begeleider en de directie meegenomen. Ook vindt in februari de Cito-eindtoets plaats. De resultaten van deze toets worden samen met het advies van de school gebruikt voor de definitieve schoolkeuze. Eind mei wordt de definitieve plaatsing van het kind door de vervolgschool bekend gemaakt.

Indien het schooladvies sterk afwijkt van de Cito-uitslag, kan de school voor voortgezet onderwijs zelf een toets afnemen. Dit gebeurt alleen in die gevallen waarvoor bepaalde normen zijn vastgesteld. Indien de noodzakelijke score niet gehaald wordt, zal de school de leerling niet accepteren. De praktijk leert echter dat sterk afwijkende schooladviezen eerder uitzondering zijn dan regel. 

Een overzicht van alle onderwijsmogelijk-heden in Nederland staat vermeld in de Onderwijsgids, die is gepubliceerd door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Welzijn. Deze gids is op school aanwezig en bij de directeur op te vragen.

 

Leerlingresultaten in het schooljaar 2007/2008  

De resultaten van de Cito-toets van groep 8 willen wij u uiteraard niet onthouden. Wel willen wij een aantal kanttekeningen maken indien u deze gegevens wilt vergelijken met de resultaten van andere scholen. Het resultaat van een hele groep geeft geen objectief beeld van de toegevoegde waarde van het onderwijs aan de individuele leerling. Het groepsresultaat is immers afhankelijk van de leercapaciteiten van de individuele leerlingen samen. Een groep met veel zwakkere leerlingen en een aantal hele sterke presteert gemiddeld lager dan een groep met omgekeerde samenstelling. Het geeft geen objectief beeld van de kwaliteit van het gegeven onderwijs op een school.

Ons streven is om zowel sterkere als zwakkere leerlingen hun capaciteiten zo optimaal mogelijk te laten ontwikkelen en benutten.

 

Cito-eindtoets in groep 8

Het resultaat van deze toets was conform de verwachting. Bij alle toetsonderdelen werd boven de landelijke 70% norm gescoord. De standaardscore, gemeten van 500-550, was ruim boven het landelijke en regionale gemiddelde (535), namelijk 541,9 in 2008, 541,1 in 2007 en 541,1 in 2006.

 

Voortgezet onderwijs/Schoolverlaters afgelopen schooljaren

Van de 24 leerlingen van groep 8 die in 2007-2008 de school hebben verlaten, zijn er 9 naar het Laar en Berg, 7 naar het Gemeentelijk Gymnasium, 3 naar het Willem de Zwijger College, 4 naar de Fontein, 1 naar Stebo. De scholen van het voortgezet onderwijs in onze regio zijn overwegend scholengemeenschappen, dat wil zeggen dat er veelal gemeenschappelijke brugklassen zijn. De gekozen schooltypen en door de school verstrekte adviezen liggen over het geheel genomen op één lijn. De uiteindelijke school kiest de leerling samen met zijn of haar ouders of verzorgers.

 

Schoolsoort

2007-2008

2006-2007

2005-2006

2004-2005

Gymnasium

10

9

8

7

HAVO-VWO

5

6

8

12

HAVO

5

4

8

 

MAVO-HAVO

 

 

 

4

VMBO-T

4

7

2

1

Basisonderwijs

 

 

 

1

Totaal

24

26

26

26