Het belangrijkste in groep 3 is het leren lezen. Dit doen we met de methode Veilig Leren Lezen. Bijna elke dag leren de kinderen een letter uit een woord. In de eerste week leren de kinderen bijvoorbeeld de ‘i’ van ‘ik’. Deze letter leren ze lezen en schrijven. Ook hoort hier een gebaar bij zodat de meer visueel ingestelde kinderen hier veel baat bij hebben.
De kinderen die al vlot kunnen lezen krijgen een lees- en werkboekje met meer uitdagende leerstof zodat iedereen op zijn eigen niveau kan werken.
Naast het leren lezen en schrijven krijgt ook het rekenen veel aandacht. In de klas hangen kaartjes aan een getallenlijn. In het begin is dit nog tot de 12 maar al snel wordt dit uitgebreid naar de 20. Aan het eind van groep 3 hangen alle kaartjes tot de 100.
Aan de hand van de getallenlijn kunnen kinderen de basisvaardigheden van het optellen en aftrekken tot 20 aanleren. Later in het jaar gebruiken we ook de kralenketting of het rekenrek om eenvoudige sommen uit te rekenen.
Veel tijd besteden we ook aan het splitsen van getallen zodat dit later geautomatiseerd is. De kinderen moeten snel de sommetjes onder de 10 paraat hebben.
Elke dag wordt gevuld met deze belangrijke vakken. Elke week is er ook tijd vrij geroosterd voor bijvoorbeeld geschiedenis. Daarin behandelen we de stamboom van de kinderen. Foto’s van opa en oma, vader en moeder en van zichzelf worden op de juiste plek geplakt.
Aardrijkskunde heeft onderwerpen over ‘Wat groeit er in de tuin’ of over ‘verhuizen’.
Het programma is voor groep 3 erg druk. Er is daarom ook af en toe behoefte om eens even lekker te spelen. En dat kan ook gelukkig; er is ruimte om in de huishoek te spelen en om bijvoorbeeld met de lego te bouwen.